ECLI:NL:RVS:2006:AZ1265
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging vergunning geluidsvoorschrift schapenhandel wegens onvoldoende motivering
Bij besluit van 14 februari 2006 verleende het college van burgemeester en wethouders van Noorder-Koggenland een revisievergunning aan een vergunninghouder voor een schapenhandel op een perceel te een plaats. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit en stelden onder meer dat de uitbreiding van stalruimte en het permanent stallen van schapen niet was toegestaan en dat er sprake was van onaanvaardbare stank- en geluidhinder.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het beroep voor zover het betrekking had op lichthinder niet-ontvankelijk was omdat appellanten geen zienswijze hadden ingebracht over dit onderdeel. Ten aanzien van stankhinder stelde de Afdeling vast dat de vergunningverlening niet in strijd was met de Wet milieubeheer en dat de belangenafweging redelijk was.
Voor geluidhinder was het college uitgegaan van de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening en had het passende grenswaarden gesteld in voorschriften Q.1 en Q.2. Echter, voorschrift Q.3, dat een hogere geluidgrenswaarde toestond voor vrachtverkeer in de nacht, was onvoldoende gemotiveerd omdat de overschrijding niet beperkt was tot een onvermijdbare situatie. Daarom werd dit voorschrift vernietigd.
De Afdeling verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond, vernietigde het besluit voor zover het voorschrift Q.3 betrof, en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk voor lichthinder, gedeeltelijk gegrond voor geluidhinder, en het geluidsvoorschrift Q.3 is vernietigd.