Uitspraak
200506294/1, heeft de Afdeling het door verzoekers daartegen ingestelde hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 juni 2005 vernietigd, het door verzoekers bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 8 maart 2005 vernietigd.
200506294/1, AB 2006, 236, heeft de Afdeling het besluit op bezwaar van 8 maart 2005 vernietigd omdat de in artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening genoemde lijst van door gedeputeerde staten aangegeven categorieën van gevallen niet volgens de in de Provinciewet voorgeschreven wijze was bekendgemaakt en derhalve het college niet bevoegd was voor het bouwplan vrijstelling ingevolge dat artikel te verlenen. Vaststaat dat zodanige bekendmaking inmiddels heeft plaatsgevonden. In hetgeen verzoekers hebben aangevoerd zijn geen aanknopingspunten te vinden voor het oordeel dat het college niettemin ten tijde van het op 16 augustus 2006 verzonden besluit niet bevoegd was voor het bouwplan vrijstelling ingevolge dat artikel te verlenen.
200506294/2heeft de Voorzitter een eerder verzoek om voorlopige voorziening van verzoekers ten aanzien van hetzelfde bouwplan afgewezen. Daarbij heeft de Voorzitter in aanmerking genomen dat de aan het project ten grondslag gelegde ruimtelijke onderbouwing voldoende is en dat onvoldoende grond bestaat voor het oordeel dat de aan de Wassenaarsche Bouw Stichting verstrekte subsidies en de door haar aangegane leningen moeten worden aangemerkt als selectieve staatssteun zonder welke het bouwplan niet zou kunnen worden gerealiseerd. Verder heeft de Voorzitter daarbij overwogen dat de toename van de parkeerdruk en het verlies aan privacy en lichtinval tengevolge van het bouwplan niet onaanvaardbaar zijn en dat het college zijn welstandsoordeel heeft mogen baseren op het advies welstandscommissie van 2 oktober 2003. In hetgeen verzoekers naar voren hebben gebracht bestaat geen aanleiding daarover thans anders te oordelen. Daarbij neemt de Voorzitter mede in aanmerking dat ook thans geen deskundigenrapporten voorliggen waaruit blijkt dat de bij de beslissing op bezwaar gehandhaafde standpunten van het college ter zake van welstand en schaduwwerking tengevolge van het bouwplan, onjuist zijn. Niet aannemelijk is gemaakt dat het college daarbij ten onrechte niet is uitgegaan van een afstand van het bouwplan tot de woning van Molegraaf van 13 m. Blijkens de bouwtekeningen bedraagt die afstand 21 m.