ECLI:NL:RVS:2006:AZ2786
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- C.J.M. Schuyt
- K.J.M. Mortelmans
- Rechtspraak.nl
Weigering exploitatievergunning partycentrum wegens ernstig gevaar strafbare feiten
De burgemeester van Den Haag weigerde op grond van de Wet BIBOB een vergunning voor het exploiteren van een partycentrum in een pand te Den Haag, omdat uit een advies van het Landelijk Bureau bleek dat er een ernstig gevaar bestond dat de vergunning zou worden gebruikt om strafbare feiten te plegen of verkregen voordelen te benutten.
Appellant voerde aan dat de Wet BIBOB niet van toepassing was omdat hij een eerdere aanvraag had ingediend vóór de inwerkingtreding van de wet en dat hij gerechtvaardigd vertrouwen had op vergunningverlening. Deze bezwaren werden verworpen omdat de eerdere aanvraag niet was geregistreerd en er geen toezegging was gedaan. Ook het beroep op het EVRM en het ne-bis-in-idem beginsel faalde omdat de Wet BIBOB een bestuursrechtelijk instrument is en geen strafrechtelijke procedure.
De Raad van State oordeelde dat de burgemeester terecht had vastgesteld dat appellant in relatie stond tot strafbare feiten, waaronder meerdere veroordelingen voor illegale werkverschaffing en vermoedens van het verschaffen van onderdak aan illegale vreemdelingen. Ook het zakelijk samenwerkingsverband met zijn broer, die eveneens strafbare feiten had gepleegd, werd betrokken bij de beoordeling.
De Afdeling bevestigde dat het ernstig gevaar bestond dat de vergunning zou worden gebruikt voor strafbare activiteiten en dat de weigering van de vergunning gerechtvaardigd was. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de broer van appellant de vergunning vóór de Wet BIBOB had verkregen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de exploitatievergunning wegens ernstig gevaar dat de vergunning wordt gebruikt voor strafbare feiten.