Uitspraak
200406150/1leidt niet tot het beoogde doel, nu uit deze uitspraak niet volgt dat het dagelijks bestuur stedenbouwkundige argumenten niet zou mogen betrekken bij de beoordeling van een bouwplan.
Raad van State
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Oud-Zuid heeft appellant verplicht de dakoverstekken die in strijd zijn met de verleende bouwvergunning te verwijderen en verwijderd te houden, onder oplegging van een dwangsom. Tevens werd vrijstelling geweigerd voor de afwijking van het bestemmingsplan en een bouwvergunning voor legalisatie van de dakopbouw.
Appellant stelde dat de dakoverstekken buiten beschouwing moesten blijven bij de beoordeling van het ruimtelijk beslag, maar dit werd verworpen omdat de overstekken de ruimtelijke uitstraling van het bouwwerk vergroten en daarmee de beleidslijn overschrijden. De rechtbank had de weigering van vrijstelling en de handhaving van de dwangsom bevestigd.
De Raad van State oordeelt dat het dagelijks bestuur terecht stedenbouwkundige argumenten heeft meegewogen naast welstandsargumenten, en dat de weigering van vrijstelling en oplegging van de dwangsom redelijk en voldoende gemotiveerd is. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.