ECLI:NL:RVS:2006:AZ4628
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning wegens medische zorg en feitelijke toegankelijkheid in Kosovo
De vreemdelingen uit Kosovo hadden een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister werd afgewezen. De rechtbank had de besluiten vernietigd en de minister opgedragen nieuwe besluiten te nemen, mede vanwege onvoldoende motivering over de feitelijke toegankelijkheid van medische zorg in Kosovo.
De minister stelde in hoger beroep dat volgens de Vreemdelingencirculaire 2000 omstandigheden betreffende de feitelijke toegankelijkheid van medische zorg in het land van herkomst geen grond voor een verblijfsvergunning kunnen opleveren. De minister baseerde zich op adviezen van het Bureau Medische Advisering dat de benodigde medische voorzieningen aanwezig zijn en dat geen medische noodsituatie op korte termijn zal ontstaan.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank de betekenis van de Vreemdelingencirculaire 2000 had miskend door de feitelijke ontoegankelijkheid van medische zorg in Kosovo mee te wegen. Tevens verwierp de Raad het beroep van de vreemdelingen op artikel 3 EVRM Pro omdat zij geen aanvraag ex artikel 28 Vreemdelingenwet Pro 2000 hadden ingediend. Het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen ongegrond verklaard.