ECLI:NL:RVS:2007:BA0041
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- T.M.A. Claessens
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning wegens mvv-vereiste en beroep op artikel 3 EVRM
De minister wees een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep gegrond en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de hardheidsclausule toepaste, terwijl het beleid en de wetgeving asielgerelateerde gronden expliciet uitsluiten van toepassing van deze clausule. De Raad bevestigde dat de vreemdeling zich niet op artikel 3 EVRM Pro kan beroepen zonder een nieuwe asielaanvraag met nieuwe feiten.
De Raad stelde vast dat het beroep van de vreemdeling op het mvv-vereiste terecht werd afgewezen, dat het bezwaar kennelijk ongegrond was en dat het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalt. Het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.