Uitspraak
200604708/2, in het kader van het verzoek van appellante om met toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van het thans bestreden besluit een voorlopige voorziening te treffen, gemotiveerd aangegeven dat verweerder de sluitingstijden in redelijkheid heeft kunnen opleggen en hiertoe ook bevoegd was. De Afdeling ziet, gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting, geen aanleiding om thans een ander standpunt in te nemen en verwijst voor de motivering van dat standpunt naar genoemde uitspraak.