Bij besluit van 16 mei 2006 stelde het college van burgemeester en wethouders van De Wolden nadere eisen aan de horecagelegenheid van Café Brinkzicht B.V. op het perceel Brink 47 te Ruinen, waaronder sluitingstijden en toezichtverplichtingen. Dit besluit werd op 1 juni 2006 ter inzage gelegd. Appellante stelde hiertegen beroep in bij de Raad van State op 27 juni 2006.
Tijdens de zitting op 24 november 2006 betoogde appellante onder meer dat voor de achterzaal en het café afzonderlijke sluitingstijden moesten worden vastgesteld, maar dit werd niet in behandeling genomen wegens strijd met de goede procesorde. Verder stelde appellante dat het opleggen van sluitingstijden geen wettelijke basis had en niet noodzakelijk was voor het voorkomen van onaanvaardbare geluidhinder.
De Raad van State oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was voor zover het betrekking had op de verplichting tot het houden van toezicht, omdat appellante hierover geen zienswijzen had ingebracht en dit haar redelijkerwijs kon worden verweten. Voor het overige werd het beroep ongegrond verklaard. De Raad verwees naar een eerdere uitspraak waarin was bevestigd dat het college bevoegd was om sluitingstijden op te leggen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.