ECLI:NL:RVS:2007:AZ5492
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- P.A. Offers
- K.J.M. Mortelmans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergunning op grond van onvoldoende bewijs valsheid in geschrifte
Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht weigerde op 6 februari 2006 een drank- en horecavergunning aan wederpartij te verlenen op grond van een vermoeden van valsheid in geschrifte bij de aanvraag. Dit besluit werd in bezwaar deels gehandhaafd. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van wederpartij gegrond en vernietigde het besluit.
Het college stelde hoger beroep in bij de Raad van State, stellende dat het advies van het Landelijk Bureau Wet BIBOB voldoende grond bood voor het vermoeden van een strafbaar feit. De Raad van State heeft het advies en de gegeven verklaringen zorgvuldig bestudeerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat de aanpassingen in openings- en werktijden en de verstrekte informatie over financiering plausibel waren toegelicht. Er was onvoldoende grond voor een redelijk vermoeden van valsheid in geschrifte. De eerdere uitspraak werd bevestigd en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en evenredige toepassing van de Wet BIBOB bij vergunningverlening en het vereiste van voldoende bewijs voor het aannemen van een strafbaar feit.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de weigering van de vergunning wordt vernietigd.