ECLI:NL:RVS:2019:350
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- H.G. Lubberdink
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit omgevingsvergunning wegens schending evenredigheidsbeginsel Wet bibob
Het college van gedeputeerde staten van Groningen verleende op 18 juli 2017 een omgevingsvergunning aan appellante voor het veranderen en in werking hebben van een bestaande inrichting en het bouwen van een Klein Gevaarlijk Afval-depot voor een termijn van vijf jaar. Deze vergunning werd verleend na een eigen onderzoek door het college en een advies van het Landelijk Bureau Bibob (LBB), dat ernstig gevaar constateerde dat de vergunning mede zou worden gebruikt voor strafbare feiten en dat er vermoedens waren van valsheid in geschrifte bij de aanvraag.
Appellante stelde zich op het standpunt dat het college ten onrechte een eigen onderzoek had verricht, dat het bibob-advies onzorgvuldig was tot stand gekomen, dat de strafbare feiten onvoldoende verband hielden met de vergunning, en dat de beperking van de vergunningstermijn in strijd was met het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde anders.
De Afdeling bevestigde dat het college conform het Bibob-beleid had gehandeld en dat het LBB deskundig is, maar stelde vast dat de ernst en het tijdsverloop van de strafbare feiten en de aard van de vergunning (revisievergunning voor een bestaande inrichting) niet rechtvaardigen dat de vergunning slechts voor vijf jaar wordt verleend. De Afdeling vernietigde daarom het besluit voor zover de vergunning voor vijf jaar is verleend en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning voor vijf jaar is vernietigd wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel.