Uitspraak
200408507/1, JV 2005/325) gemotiveerd afwijken van het advies. De rechtbank heeft derhalve terecht en op goede gronden het beroep op het vertrouwensbeginsel verworpen.
Raad van State
Appellante verzocht om naturalisatie, maar de minister weigerde dit op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap omdat zij niet voldeed aan de vereiste van minimaal vijf jaar onafgebroken verblijf in Nederland voorafgaand aan het verzoek. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
Appellante voerde aan dat de datum van het verzoek later moest worden vastgesteld en dat zij mocht vertrouwen op het positieve advies van de burgemeester. De Raad van State oordeelde dat het verzoek op 20 januari 2003 was ingediend en dat het advies van de burgemeester slechts adviserend is, waar de minister gemotiveerd van mag afwijken.
Daarnaast stelde appellante dat de beslissing onvoldoende was gemotiveerd en dat er onvoldoende onderzoek was gedaan. De Raad van State vond dat de minister terecht geen nader onderzoek hoefde te doen, gezien de feiten en het toepasselijke recht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om naturalisatie bevestigd.