ECLI:NL:RVS:2020:2876
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens ontbreken duurzaam verblijfsrecht
Appellant, met de Afghaanse nationaliteit, woont in Nederland bij haar minderjarige kinderen met de Nederlandse nationaliteit en heeft sinds 2012 een verblijfsdocument als familielid van een EU-burger. De staatssecretaris wees haar verzoek om naturalisatie af omdat zij niet voldoet aan het vereiste van duurzaam verblijfsrecht volgens de Verblijfsrichtlijn en de Rijkswet op het Nederlanderschap.
Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte het verweerschrift van de staatssecretaris niet buiten beschouwing had gelaten, omdat dit te laat was ingediend. De Afdeling oordeelde dat dit geen fatale termijn is en dat appellant voldoende gelegenheid had om te reageren. Tevens betoogde appellant dat zij onjuiste informatie had ontvangen over haar verblijfsrecht, maar de Afdeling bevestigde dat de staatssecretaris gemotiveerd mocht afwijken van het gemeentelijk advies en dat het risico van verkeerde veronderstellingen bij appellant ligt.
De Afdeling concludeerde dat er gegronde bedenkingen zijn tegen het verblijf van appellant voor onbepaalde tijd in Nederland en dat de staatssecretaris terecht het verzoek heeft afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.