Uitspraak
200105991/1vernietigd. Vervolgens heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant bij besluit van 10 december 2002 opnieuw goedkeuring onthouden aan het voor dit geschil relevante deel van het nieuwe bestemmingsplan. Krachtens artikel 30 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: de WRO) heeft de raad het bestemmingsplan "Reparatieherziening bestemmingsplan Kern Sleeuwijk (perceel [locatie] te Sleeuwijk)" (hierna: het reparatieplan) vastgesteld, waarmee het bouwplan in overeenstemming is en dat op 24 februari 2005 in werking is getreden. Bij besluit van 4 mei 2005 heeft het college de bouwvergunning verleend. Bij uitspraak van 10 augustus 2005 in zaak no.
200501590/1heeft de Afdeling het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant van 28 december 2004, strekkende tot goedkeuring van het reparatieplan, vernietigd. Dit college heeft op 23 augustus 2005 alsnog goedkeuring aan het reparatieplan onthouden.
200308026/1(Gst. 2005, 7233, 114) stuit het intreden van planologische ontwikkelingen die niet stroken met het weer in procedure zijnde bestemmingsplan, op bezwaren. Een redelijke en bij de strekking van artikel 50, tweede en derde lid, van de Woningwet aansluitende wetsuitleg brengt mee dat de uit het tweede lid voortvloeiende aanhoudingsplicht gedurende de periode dat een bestemmingsplan in werking is getreden, maar nog niet in rechte onaantastbaar is geworden, vooralsnog is onderdrukt en dat deze verplichting, indien het besluit tot goedkeuring is vernietigd en tevens alsnog goedkeuring is onthouden, op de voet van het derde lid, weer tot gelding komt.