ECLI:NL:RVS:2007:AZ9556
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens twijfel aan identiteit en nationaliteit
De minister wees de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af wegens het toerekenbaar ontbreken van documenten die haar identiteit, nationaliteit en reisroute ondersteunen. De vreemdeling voerde aan dat zij tot de Bajuni-gemeenschap uit Zuid-Somalie of Noord-Kenia behoort en overhandigde een contra-expertise die twijfel zou moeten zaaien over de door het BLT verrichte taalanalyse.
De rechtbank oordeelde dat de minister niet zonder nader onderzoek op de taalanalyse mocht afgaan, omdat de contra-expertise een concreet aanknopingspunt vormde voor twijfel. De Raad van State stelde echter vast dat de minister terecht de taalanalyse als betrouwbaar heeft beschouwd, aangezien de vreemdeling geen concrete informatie kon verschaffen over haar leefomgeving en geen kennis van het Somali toonde.
De contra-expertise bood geen weerlegging van de overige onderdelen van de taalanalyse. De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond. Het beroep van de vreemdeling bij de rechtbank werd ongegrond verklaard. De minister kon zich redelijkerwijs op het standpunt stellen dat het asielrelaas van de vreemdeling niet geloofwaardig was.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.