ECLI:NL:RVS:2007:BA0654
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- M.W.L. Simons-Vinckx
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Vergunning voor baggerspeciedepot nabij Katwoude bevestigd ondanks milieubezwaren
Bij besluit van 24 februari 2006 verleende de gemeente Waterland aan het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier een vergunning voor het oprichten en in werking hebben van een baggerspeciedepot nabij Wagenweg 11 te Katwoude. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit en stelden dat de locatie ongeschikt was en dat de vergunning onvoldoende waarborgen bood tegen geurhinder en bodem- en waterverontreiniging.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de vergunning uitsluitend op basis van de aangevraagde locatie beoordeeld mag worden en dat een alternatieve locatie niet relevant is. De bezwaren over geurhinder werden verworpen omdat op basis van ervaringsgegevens geurhinder op de afstand van circa 150 meter niet aannemelijk is.
Met betrekking tot bodem- en waterverontreiniging stelde de Afdeling vast dat lozing op oppervlaktewater niet met deze vergunning wordt toegestaan en dat bodemonderzoek ter plaatse van het depot aantoont dat de aanlegmethode gebruikelijk en beproefd is. Voorts zijn er voorschriften opgenomen voor monitoring van bodem en grondwater. De Raad van State concludeerde dat de vergunning in redelijkheid is verleend en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor het baggerspeciedepot wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft van kracht.