ECLI:NL:RVS:2007:BA2249
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- J.H.B. van der Meer
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering huursubsidie wegens onjuist vastgesteld rekenvermogen
De Minister van Volkshuisvesting heeft de huursubsidie van appellante over het tijdvak 1 juli 2004 tot en met 30 juni 2005 herzien en het teveel betaalde bedrag van € 1.755,27 teruggevorderd wegens een te hoog vastgesteld rekenvermogen in het peiljaar 2003.
Appellante betoogde dat de Minister ten onrechte was uitgegaan van het gezamenlijke vermogen van haar en haar in 2003 overleden echtgenoot, terwijl volgens de wet het vermogen per 1 januari 2003 voor de helft aan haar toekwam en per 31 december 2003 geheel. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar de Raad van State oordeelde dat de Minister niet zonder meer mocht afgaan op de door de Belastingdienst verstrekte gegevens zonder de door appellante overgelegde aangifte en aanslag te betrekken.
De Raad van State stelde vast dat het rekenvermogen van appellante lager was dan de grens voor huursubsidie, waardoor zij recht had op de subsidie. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het besluit van de Minister herroepen en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Tevens werd de Minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de Minister tot herziening en terugvordering van huursubsidie wordt herroepen en het beroep van appellante wordt gegrond verklaard.