Uitspraak
200604824/1) inzake het beroep van appellant tegen de verlening van een milieuvergunning aan de commanditaire vennootschap "Vogelpark Nieuw Tonge C.V." overwogen dat op het terrein van het vogelpark voldoende parkeerruimte aanwezig is om in de representatieve bedrijfssituatie onaanvaardbare parkeerhinder te voorkomen en dat, gelet op die vergunning, op maximaal drie dagen per kalenderjaar de parkeerruimte op het terrein van het vogelpark ontoereikend zal zijn met als gevolg dat auto's langs de Duivenwaardsedijk zullen worden geparkeerd, doch daarvan geen onaanvaardbare parkeerhinder valt te verwachten. Onder die omstandigheden moet het er voor worden gehouden dat voor bezoekers van het vogelpark geen noodzaak bestaat hun auto op de Duivenwaardsedijk ter hoogte van de woning van appellant te keren. Dit betekent dat de lichthinder die appellant stelt te ondervinden niet het gevolg is van de planologische mutatie, zodat deze reeds hierom niet kan leiden tot schade die voor vergoeding op de voet van artikel 49 van Pro de WRO in aanmerking kan komen. Gezien het voorgaande, heeft de rechtbank voorts het standpunt van de gemeenteraad dat niet valt in te zien dat appellant van auto's die op de Duivenwaardsedijk parkeren in relevante mate extra lichthinder zal ondervinden ten opzichte van op die dijk rijdende auto's, terecht niet rechtens onjuist bevonden.