ECLI:NL:RVS:2007:BA2713
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling deskundigheid taalanalisten en toetsing contra-expertise in vreemdelingenrecht
In deze bestuursrechtelijke zaak betreffende een aanvraag verblijfsvergunning asiel heeft de Raad van State het hoger beroep van de minister gegrond verklaard tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit tot afwijzing van de aanvraag vernietigde.
De kern van het geschil betrof de deskundigheid van de taalanalist met code KIN 2 van het Bureau Land en Taal (BLT) en de waarde van een door de vreemdeling overgelegde contra-expertise. De rechtbank had geoordeeld dat er concrete aanknopingspunten waren om aan de deskundigheid van de taalanalist te twijfelen en dat het rapport van de contra-expert als tegenbewijs kon dienen.
De Raad van State stelde echter vast dat de selectie, begeleiding en kwaliteitscontrole van taalanalisten volgens het Werkkader voldoende waarborgen biedt, ook voor taalanalist KIN 2. Daarnaast concludeerde de Raad dat de identiteit en deskundigheid van de opsteller van de contra-expertise onvoldoende vaststaan, waardoor het rapport niet als tegenbewijs kan gelden. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee de afwijzing van de verblijfsvergunning standhield.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel blijft in stand.