Uitspraak
200700167/2getroffen voorlopige voorziening in het geding tussen onder meer:
Raad van State
Bij besluit van 24 juni 2004 stelde de gemeenteraad van Aalsmeer het bestemmingsplan '1e Herziening N201-zone' vast. Na diverse besluiten en gedeeltelijke vernietiging door de Afdeling bestuursrechtspraak, werd op 26 maart 2007 een voorlopige voorziening getroffen die het goedkeuringsbesluit van 28 november 2006 schorste.
Verzoeker, het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland, verzocht op 3 april 2007 om opheffing van deze schorsing voor het deel van het plan ten noordwesten van de aansluiting van de nieuwe N201 op de Middenweg, met het oog op spoedige start van voorbereidende werkzaamheden zoals de aanleg van een tunnelbak en het voorbelasten van gronden.
De Voorzitter overwoog dat de voorgenomen werkzaamheden omkeerbaar zijn en dat de belangen van omwonenden door de afstand tot de werkzaamheden en de wijze van uitvoering niet ernstig worden geraakt. Tevens werd benadrukt dat de inhoudelijke beoordeling van het bestemmingsplan en de vrijstellingen op grond van artikel 19 WRO Pro in de bodemprocedure en aparte vrijstellingsprocedures aan de orde komen.
Daarom werd de voorlopige voorziening opgeheven voor het genoemde deel van het bestemmingsplan, terwijl het verzoek voor het overige werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De voorlopige voorziening werd opgeheven voor het deel van het bestemmingsplan dat ziet op de aanleg van de tunnelbak en voorbelasting van de gronden.