Uitspraak
200601469/1, dat overgangsbepalingen niet kunnen strekken tot legalisering van bouwwerken die zonder de vereiste vergunning zijn opgericht en die niet in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Barneveld heeft appellanten gelast een zonder bouwvergunning geplaatste stacaravan op hun perceel te verwijderen. Appellanten maakten bezwaar en stelden dat de stacaravan een tijdelijk verplaatsbaar kampeermiddel is en niet vergunningplichtig. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond en de appellanten gingen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de stacaravan als bouwwerk moet worden aangemerkt waarvoor een bouwvergunning vereist is, omdat het een plaatsgebonden constructie betreft die steun vindt op de grond. De uitzondering voor kampeermiddelen in de Wet op de openluchtrecreatie is niet van toepassing. Ook het overgangsrecht en het gelijkheidsbeginsel bieden geen grond om het besluit te vernietigen, mede omdat vergelijkbare situaties niet gelijk zijn en geen toezeggingen tot gedogen zijn gedaan.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat het college terecht handhavend is opgetreden en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die dit onredelijk maken. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.