Uitspraak
200400867/1), de korpschef beoordelingsvrijheid toekomt bij de beoordeling van de vraag of appellant voldoende betrouwbaar is en dat de invulling die in paragraaf 2.1, onder c, van de circulaire aan de term 'betrouwbaarheid' is gegeven niet rechtens onjuist is.
200505353/1), komt aan een strafrechtelijk vonnis niet zonder meer doorslaggevende betekenis toe in een bestuurlijke procedure. Dat appellant is vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten, laat overigens onverlet dat de in het kader van de strafrechtelijke procedure opgemaakte processen-verbaal in de bestuurlijke procedure een rol kunnen spelen. De tekst van paragraaf 2.1 onder c van de circulaire biedt geen steun voor een ander oordeel, zoals de rechtbank met juistheid heeft overwogen. Bij de beoordeling of betrokkene beschikt over de vereiste betrouwbaarheid, is de korpschef bevoegd zich over de verklaringen in deze processen-verbaal en de feiten en omstandigheden die daaruit naar voren komen, een zelfstandig oordeel te vormen. Het betoog van appellant faalt derhalve.
200305092/1), mogen aan medewerkers in de beveiligingsbranche, gelet op de aard van deze branche, hogere eisen worden gesteld dan aan medewerkers in willekeurige andere betrekkingen. Dit betekent dat de korpschef er vanuit mag gaan dat de betrouwbaarheid en integriteit van beveiligingsmedewerkers boven iedere twijfel verheven is. Door te overwegen dat zich ten aanzien van appellant een situatie als bedoeld in paragraaf 2.1, onder c, van de circulaire voordoet, nu er bij de korpschef gerede twijfel bestaat omtrent de betrouwbaarheid van appellant om beveiligingswerkzaamheden te verrichten, heeft de rechtbank derhalve geen onjuiste of te strenge maatstaf aangelegd.