ECLI:NL:RVS:2007:BA7154
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat besluiten tot afwijzing verblijfsvergunning primaire besluiten zijn en terugwijzing zaak
Appellanten hadden aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, die aanvankelijk buiten behandeling werden gesteld wegens het ontbreken van geldige machtigingen tot voorlopig verblijf (mvv's). De staatssecretaris verklaarde de bezwaren tegen deze buitenbehandelingstelling gegrond vanwege onzorgvuldige motivering omtrent de vrijstelling van het mvv-vereiste. Vervolgens wees de minister de aanvragen af op grond van het driejarenbeleid.
De rechtbank had de besluiten van 2 juli 2003 aangemerkt als onderdeel van de beslissingen op bezwaar tegen de buitenbehandelingstelling en verklaarde de beroepen ongegrond. De Raad van State oordeelt echter dat deze besluiten niet samenhangen met de eerdere gegrondverklaring van bezwaar en derhalve primaire besluiten zijn. Hierdoor stond artikel 120 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 niet in de weg aan hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank, stelt het hoger beroep gegrond en wijst de zaak terug aan de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van haar overwegingen. Tevens worden de proceskosten vastgesteld en wordt de vergoeding daarvan aan de rechtbank overgelaten.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor herbehandeling.