ECLI:NL:RVS:2007:BA7589
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- C.H.M. van Altena
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring van geschiktheid voor rijbewijs groep 2 na TIA
Appellant heeft na een TIA op 16 augustus 2005 een verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen van de categorieën C, D, E bij C en E bij D aangevraagd bij het CBR. Dit verzoek werd geweigerd op grond van de Regeling eisen geschiktheid 2000, die voorschrijft dat personen na een TIA gedurende vijf jaar ongeschikt zijn voor rijbewijzen van groep 2.
Appellant voerde aan dat hij volledig hersteld is, vijftien jaar schadevrij heeft gereden en dat de regelgeving onredelijk uitpakt, mede vanwege zijn bedrijfsvoering als bloemenkweker. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat het CBR gebonden is aan imperatieve wettelijke voorschriften en geen ruimte heeft voor individuele belangenafweging. De rechter mag niet toetsen aan billijkheid, en het is aan de wetgever om regelgeving aan te passen bij veranderende medische inzichten.
De weigering is gebaseerd op verkeersveiligheid en fysieke geschiktheid, niet op strafrechtelijke sancties. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van het CBR om appellant een verklaring van geschiktheid voor rijbewijs groep 2 te verlenen na een TIA.