ECLI:NL:RVS:2007:BA7794
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ministerieel besluit asielaanvraag na eerdere rechterlijke uitspraak
Appellant diende op 6 januari 2004 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister wees deze aanvraag aanvankelijk af bij besluit van 6 september 2004. De rechtbank verklaarde dit besluit op 27 oktober 2005 vernietigd en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen met inachtneming van de rechterlijke oordelen over de geloofwaardigheid van het asielrelaas.
De minister nam vervolgens op 10 maart 2006 een nieuw besluit waarin de aanvraag opnieuw werd afgewezen. De rechtbank verklaarde dit besluit op 22 december 2006 ongegrond. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de minister, na het onherroepelijk worden van de uitspraak van 27 oktober 2005, gehouden was bij de hernieuwde beoordeling uit te gaan van de geloofwaardigheid van het asielrelaas, inclusief de vermoedens over bloedwraak die appellant ontleent aan verklaringen van familieleden. De minister mocht niet opnieuw tot ongeloofwaardigheid concluderen zonder nieuwe feiten of omstandigheden. De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 10 maart 2006, en beveelt de minister een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het besluit van de minister van 10 maart 2006 wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de geloofwaardigheid van het asielrelaas.