Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiseres] ,
thans de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Rechtbank Den Haag
Eiseres, van Kazachse nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’. De aanvraag werd afgewezen vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Na bezwaar en eerdere vernietiging van een besluit door de rechtbank, handhaafde verweerder de afwijzing in een nieuw besluit.
De rechtbank toetste het bestreden besluit aan eerdere uitspraken en jurisprudentie en oordeelde dat verweerder zich deugdelijk had gemotiveerd. De omstandigheden van eiseres, waaronder haar langdurig verblijf in Nederland, haar inzet voor de samenleving, en het ontbreken van een geldig paspoort, rechtvaardigen geen vrijstelling van het mvv-vereiste. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro en de hardheidsclausule werd verworpen, mede omdat verweerder de omstandigheden in onderlinge samenhang had beoordeeld.
De rechtbank stelde vast dat eiseres onvoldoende bewijs had geleverd van een gezinsleven met haar partner en dat de eerdere uitspraak gezag van gewijsde heeft. De rechtbank wees het beroep af en kende geen proceskosten toe. De uitspraak bevestigt de terughoudende toets bij toepassing van de hardheidsclausule en benadrukt het belang van het mvv-vereiste in vreemdelingenrecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning onder het mvv-vereiste wordt ongegrond verklaard.