Uitspraak
200604344/1ter zake van de door appellant gevoerde procedure omtrent de aanlegvergunning voor het realiseren van de EVZ reeds geoordeeld dat geen sprake is van strijd met het bestemmingsplan of de krachtens dat plan gestelde eisen.
Raad van State
Het geschil betreft het inrichtingsplan 'Netwerk natuurgebieden Land van Heusden en Altena', vastgesteld door het waterschap Rivierenland. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen dit plan, met name tegen het project 'Afwateringskanaal midden'.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en gedeputeerde staten bevestigden dit besluit. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat het besluit van het waterschap een besluit tot aanleg en verbetering van een waterstaatswerk betreft, waartegen administratief beroep openstaat.
De Raad van State oordeelt dat gedeputeerde staten terecht een terughoudende toets hebben toegepast gezien de beleidsvrijheid van het waterschap. Het inrichtingsplan is in overeenstemming met het provinciale waterhuishoudingsplan, het waterbeheersplan, het streekplan en het bestemmingsplan. Tevens is geen sprake van strijd met het evenredigheidsbeginsel omdat appellant geen concrete schade heeft aangetoond. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.