ECLI:NL:RVS:2007:BA9279
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- J.R. Schaafsma
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning milieubeheer voor mengvoederbedrijf wegens onredelijke voorschriften
Bij besluit van 1 september 2006 verleende het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een revisievergunning aan een mengvoederbedrijf. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit. De Raad van State behandelde het beroep en oordeelde dat bepaalde voorschriften, zoals de maximale jaarproductie gekoppeld aan emissienormen, de frequentie van geurmetingen, het voorschrijven van geluiddempers en verplichtingen omtrent formaldehyde-emissies, onredelijk bezwarend of in strijd met de Wet milieubeheer waren.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de cumulatie van geurbelasting en de gehanteerde rekenmethoden redelijk waren, waardoor bezwaren hierover werden verworpen. Echter, voorschriften die onnodig beperkend waren of onvoldoende gemotiveerd, zoals de verplichte vijfjaarlijkse geurmetingen en het voorschrijven van geluiddempers, werden vernietigd. Ook werden onduidelijke en onnodig bezwarende meetverplichtingen afgewezen.
De beroepen van appellanten sub 2 en sub 3 werden ongegrond verklaard. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante sub 1. Het besluit werd gedeeltelijk vernietigd voor de genoemde voorschriften, waarmee de vergunning werd aangepast in het belang van een zorgvuldige en evenredige milieubescherming.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de revisievergunning wordt gedeeltelijk vernietigd wegens onredelijke milieuvastgestelde voorschriften.