Uitspraak
200606955/1; JV 2007/184) kunnen ingevolge artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 1˚, van de Wav, verschillende personen dezelfde vreemdeling dezelfde arbeid laten verrichten en derhalve als werkgever worden aangemerkt en kan aan elk van hen, ingevolge artikel 2, in samenhang met de artikelen 18 en 19a, eerste lid, van de Wav, een boete worden opgelegd, indien geen van hen over een voor de desbetreffende arbeid geldige tewerkstellingsvergunning beschikt. Dat tevens aan [schildersbedrijf] een boete is opgelegd, laat de mogelijkheid [wederpartij] een boete op te leggen derhalve onverlet. Dat geldt evenzeer voor de hoogte van de op te leggen boete. De beslissing in de zaak van [schildersbedrijf] is in deze dan ook niet relevant. Van een gebrek ten aanzien van de motivering dan wel de zorgvuldigheid van het bij de rechtbank bestreden besluit is, gezien het vorenstaande, geen sprake.