ECLI:NL:RVS:2024:475
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- J.M.L. Niederer
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving strekdam wegens onvoldoende motivering en onderzoek
Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap van Rijnland wees een verzoek om handhaving af betreffende een strekdam op percelen van appellant. Omwonenden stelden dat de dam was verlengd en verzwaard, wat leidde tot overtredingen van de Keur Rijnland en de Waterwet. Na bezwaar en een eerdere vernietiging door de rechtbank nam het college een nieuw besluit waarin het bezwaar ongegrond werd verklaard, maar handhaving werd afgewezen wegens bijzondere omstandigheden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college onvoldoende onderzoek had verricht naar de vergrotingen van de dam vóór 2007 en onvoldoende had gemotiveerd waarom handhavend optreden achterwege bleef. De Afdeling stelde vast dat er sprake was van een vergunningplichtige demping van oppervlaktewater en dat het college het belang van omwonenden onvoldoende had betrokken.
Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard, maar het beroep van omwonenden gegrond. Het besluit van 21 april 2023 werd vernietigd en het college opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van de omwonenden.
Uitkomst: Het besluit van 21 april 2023 wordt vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen.