Uitspraak
200305811/1(BR 2004, p. 754) betreft het begrip bebouwde kom een feitelijk begrip en is voor het antwoord op de vraag of sprake is van de bebouwde kom de aard van de omgeving maatgevend. Niet bepalend is de plaats van het verkeersbord dat de bebouwde kom aangeeft. Uit de stukken, waaronder de door het college overgelegde foto's en het verhandelde ter zitting kan worden afgeleid dat het perceel is gelegen in een gebied waar zich meerdere woningen bevinden waarbij een structurele samenhang van de bebouwing in ruimtelijke zin aanwezig is. Het perceel is derhalve gelegen binnen de bebouwde kom. De rechtbank is terecht tot het oordeel gekomen dat het college in beginsel toepassing kon geven aan artikel 19, derde lid, van de WRO gelezen in samenhang met artikel 20, eerste lid, onderdeel a, onder 1º, van het Bro 1985.