ECLI:NL:RVS:2007:BA9883
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- D. Roemers
- P.B.M.J. van der Beek Gillessen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepasselijke inkomensnorm bij aanvraag machtiging voorlopig verblijf
In deze zaak ging het om de toetsing van de inkomensnorm bij aanvragen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) die op 27 december 2005 waren ingediend. De minister van Buitenlandse Zaken had de aanvragen afgewezen omdat de referent niet voldeed aan de inkomensnorm zoals vermeld in het Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire 2006/9 (WBV 2006/9), dat per 1 januari 2006 in werking was getreden.
De rechtbank had geoordeeld dat de minister ten onrechte de inkomensnorm uit het WBV 2006/9 had toegepast, omdat volgens artikel 3.103 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000) de toetsing moet plaatsvinden aan het recht dat gold op het moment van ontvangst van de aanvraag, in dit geval het WBV 2005/50. De minister stelde daartegen dat de wijziging van de inkomensnorm slechts een aanpassing van normbedragen betrof en dat de toetsing aan de nieuwe norm terecht was.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de inkomensnorm die gold op het moment van ontvangst van de aanvragen van toepassing is. De wijziging van het minimumloon per 1 januari 2006 leidde tot een wijziging van het recht die niet met terugwerkende kracht toegepast kan worden. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdelingen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de inkomensnorm van toepassing is die gold bij ontvangst van de aanvraag en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten.