ECLI:NL:RBSGR:2009:BH5084
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens middelenvereiste
Eiser, een Surinaamse nationaliteit dragende persoon, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij zijn partner te verblijven. De aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat werd geoordeeld dat niet aan het middelenvereiste werd voldaan. Eiser stelde dat het gezamenlijke inkomen van zijn partner, de referente, voldoende en duurzaam was. De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte het inkomen van de referente niet volledig had meegewogen en dat het inkomen uit twee dienstverbanden samen voldoende was.
De rechtbank stelde vast dat het inkomen van de referente op het moment van de beschikking voldoende was volgens artikel 3.74 van het Vreemdelingenbesluit 2000, en dat de arbeidscontracten nog minimaal zes maanden liepen, zodat het inkomen duurzaam was in de zin van artikel 3.75, derde lid, Vb 2000. Verweerder had onterecht gesteld dat het inkomen niet duurzaam was omdat het contract met een van de werkgevers niet voor een jaar was afgesloten.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij het duurzame inkomen van de referente correct wordt betrokken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de mvv wordt vernietigd.