Uitspraak
200503075/1, heeft de Afdeling het daartegen ingestelde hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak vernietigd, het beroep gegrond verklaard en het besluit van 28 juni 2004 vernietigd.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht weigerde op 26 augustus 2003 een bouwvergunning voor een dakopbouw op de tweede verdieping van een woning. Dit besluit werd in bezwaar en beroep door de rechtbank Rotterdam bevestigd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde echter het beroep gegrond en vernietigde het besluit van het college vanwege onvoldoende onderbouwing van het onderzoek naar bezonning en lichttoetreding.
Na een nieuw besluit van het college dat het bezwaar opnieuw ongegrond verklaarde, bevestigde de rechtbank Rotterdam dit besluit. Appellanten stelden in hoger beroep dat het college slechts mocht weigeren indien het bouwplan onaanvaardbare verslechtering van bezonning en lichttoetreding veroorzaakte. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de Afdeling zich in haar eerdere uitspraak alleen had uitgelaten over de motivering en voorbereiding van het besluit, en niet over de materiële belangenafweging.
De Raad van State concludeert dat het college binnen zijn beleidsvrijheid redelijk heeft gehandeld bij het weigeren van de vrijstelling en bouwvergunning. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.