ECLI:NL:RVS:2007:BB1427
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- P.A. Offers
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister inzake schrijnend geval vreemdeling
Appellante heeft zich op 22 augustus 2003 aangemeld als schrijnend geval bij de minister van Vreemdelingenzaken en Integratie. De minister heeft haar dossier beoordeeld en bij besluit van 15 december 2005 het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat dit onterecht was omdat sprake was van een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb.
De Afdeling stelt vast dat de minister onvoldoende inzicht heeft gegeven in de motivering waarom de situatie van appellante niet als schrijnend wordt aangemerkt. Het besluit volstaat met een algemeen standpunt zonder vergelijking met vergelijkbare gevallen of nadere onderbouwing, wat niet voldoet aan de motiveringsplicht volgens artikel 7:12 Awb Pro.
Daarom wordt het besluit van 15 december 2005 vernietigd en het hoger beroep gegrond verklaard. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beoordeling met een deugdelijke motivering.
Uitkomst: Het besluit van 15 december 2005 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de schrijnendheid, en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling.