ECLI:NL:RVS:2007:BB1713
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring ondanks betwisting politiek draagvlak en vertrouwensbeginsel
Op 16 juni 2007 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 2 juli 2007 het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard, de bewaring opgeheven en schadevergoeding toegekend. Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling hebben hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
De Raad van State verklaart het hoger beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk wegens het niet overleggen van een afschrift van de uitspraak waarop het geschil betrekking heeft. Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. De Raad van State oordeelt dat de bewaring rechtmatig was, ondanks de stelling van de vreemdeling dat de inval in het horecabedrijf te Amsterdam geen politiek draagvlak had en dat het vertrouwensbeginsel werd geschonden.
Verder oordeelt de Raad dat de vrijheidsberoving niet onrechtmatig was, dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat bewaring noodzakelijk was, en dat er geen sprake was van onvoldoende voortvarendheid bij de voorbereiding van de uitzetting. Het beroep van de vreemdeling tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard.