Uitspraak
200104647/1volgt dat bij de beoordeling van de verlening van een vrijstelling met toepassing van artikel 19 van Pro de WRO, niet relevant is dat gebruik had kunnen worden gemaakt van de mogelijkheid om een zogenoemde binnenplanse vrijstelling te verlenen als bedoeld in artikel 15 van Pro de WRO. Door deze uitspraak is het oordeel dat is gegeven in de uitspraak van de Afdeling rechtspraak van 20 september 1990 in zaak no. R03.88.2134 (BR 1991, 270) waarnaar de voorzieningenrechter heeft verwezen, niet meer van betekenis. De opvatting van de voorzieningenrechter dat een rangorde bestaat tussen artikel 15 en Pro artikel 19 van Pro de WRO kan dan ook niet worden gevolgd. Anders dan de voorzieningenrechter heeft overwogen verzet de systematiek van de WRO zich er niet tegen dat een vrijstelling met toepassing van artikel 19 van Pro de WRO wordt verleend zonder dat gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om een vrijstelling te verlenen als bedoeld in artikel 15 van Pro de WRO.