Uitspraak
200102917/1, AB 2003, 41) onvoldoende aanleiding om tot een inhoudelijke beoordeling van het beroep over te gaan.
Raad van State
Het dagelijks bestuur van de deelgemeente Delfshaven verleende op 15 november 2005 een sloopvergunning aan de Stichting Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg voor het pand aan de Coolhaven 118 te Rotterdam. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 2 mei 2006 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Rotterdam verklaarde het daarop ingestelde beroep niet-ontvankelijk omdat het procesbelang ontbrak.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard. Hij voerde aan dat hij mogelijk op langere termijn gezondheidsschade zou kunnen ondervinden door asbestvrijgave bij de sloop en dat de rechtmatigheid van de tenaamstelling van de vergunning moest worden getoetst. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het procesbelang ontbrak omdat de sloop nagenoeg voltooid was en niet aannemelijk was dat asbest was vrijgekomen. Ook zou vernietiging van het besluit niet leiden tot herstel van het gesloopte pand.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af. Een proceskostenveroordeling werd niet uitgesproken. De uitspraak werd op 29 augustus 2007 in het openbaar gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de sloopvergunning werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.