ECLI:NL:RVS:2002:AE7797
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- J.H. Roelfsema
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens vervallen procesbelang na beëindiging bedrijfsactiviteiten
Appellant had bij burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf verzocht om handhavend op te treden tegen horeca-activiteiten op een perceel. Dit verzoek werd afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank, maar gaf tijdens het proces aan dat de bedrijfsuitoefening inmiddels was beëindigd.
De Raad van State overwoog dat het vervallen van het procesbelang door beëindiging van de activiteiten betekent dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is. Er was geen sprake van een tegemoetkoming door het bestuursorgaan die een proceskostenveroordeling zou rechtvaardigen. Ook de door appellant gemaakte proceskosten en griffierecht gaven geen aanleiding tot inhoudelijke beoordeling of vergoeding.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. Dit oordeel is gebaseerd op de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht en eerdere jurisprudentie over proceskostenveroordelingen en het belang bij een zaak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen procesbelang na beëindiging van de bedrijfsactiviteiten.