ECLI:NL:RVS:2007:BB3791
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- C.H.M. van Altena
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Intrekking en afwijzing verlenging verblijfsvergunning asiel wegens onjuiste gegevens
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit tot intrekking en afwijzing van verlenging van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd vernietigde. De minister had op grond van een taalanalyse vastgesteld dat de vreemdeling onjuiste gegevens over zijn herkomst had verstrekt, wat een grond is voor intrekking volgens artikel 32 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank had geoordeeld dat de bewijslast volledig bij de minister lag en dat deze onomstotelijk moest aantonen dat de vreemdeling onjuiste gegevens had verstrekt. De Raad van State corrigeert dit toetsingskader en stelt dat de minister aannemelijk moet maken dat de intrekkingsgrond zich voordoet, waarna het aan de vreemdeling is om dit te weerleggen.
De vreemdeling heeft geen contra-expertise overgelegd, maar slechts kritische opmerkingen gemaakt bij de taalanalyse. Hierdoor is het bewijs van de minister niet weerlegd. Ook het beroep op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel faalt, omdat er sprake was van een nieuw toetsingsmoment bij de nieuwe aanvraag. De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en afwijzing van verlenging van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.