Uitspraak
200602308/1, AB 2007, 95.)
Raad van State
Bij besluit van 19 september 2006 wijzigde het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland op verzoek van Odjfell Terminals Rotterdam de voorschriften van een milieuvergunning. De Stichting Zuid-Hollandse Milieufederatie stelde beroep in tegen dit besluit. De Raad van State behandelde het beroep en oordeelde dat het beroep ontvankelijk was en dat de wijziging van de vergunning binnen de beoordelingsvrijheid van het bevoegd gezag viel.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het verzoek tot wijziging van de vergunning voldoende was onderbouwd en dat de bevoegdheid van de gemachtigde die het verzoek indiende niet ter discussie stond. Voorts werd geoordeeld dat de gewijzigde voorschriften, waaronder de aanpassing van het dampdicht maken van tanks en de definitie van IMKO2 aandachtsstoffen, in overeenstemming waren met de geldende Overeenkomst van 8 februari 2006 en dat de bescherming van het milieu hiermee voldoende was gewaarborgd.
Daarnaast werd het beroep verworpen voor de punten betreffende het intrekken van voorschriften, het uitstel voor het indienen van aanvullingen op het emissiereductieplan, en de wijze van meten van diffuse emissies. De Afdeling concludeerde dat het college van gedeputeerde staten zich in redelijkheid op haar standpunten had kunnen stellen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van Stichting Zuid-Hollandse Milieufederatie tegen de wijziging van de milieuvergunning is ongegrond verklaard.