Uitspraak
200603730/1, kent de wet geen rangorde tussen de procedure tot herziening van een bestemmingsplan en de procedure op grond van artikel 19 van Pro de WRO. De wetgever heeft ook met artikel 19, tweede lid, van de WRO voorzien in een naast de bestemmingsplanprocedure staande en los daarvan toepasbare bevoegdheid tot het verlenen van vrijstelling van het geldende bestemmingsplan voor door gedeputeerde staten aangegeven categorieën van gevallen.