ECLI:NL:RBDHA:2017:11700
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens gebrek aan geloofwaardigheid en authenticiteit
Eiser heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend die door verweerder is afgewezen als kennelijk ongegrond. De aanvraag was onderbouwd met een iMMO-rapport, verklaringen over contacten met een arrestant en een oproep van een inlichtingendienst. Verweerder stelde dat het iMMO-rapport geen nieuw licht wierp op eerdere geloofwaardigheidsoordelen en dat authenticiteit van documenten niet was aangetoond.
De rechtbank oordeelde dat de aanvraagdatum correct was vastgesteld op de datum van het ondertekende M35-H formulier en dat verweerder niet in strijd handelde met het recht door het iMMO-rapport te negeren. De brief van de advocaat en de contra-expertise werden niet als relevant erkend vanwege ontbrekende authenticiteit. Ook werd onvoldoende aannemelijk gemaakt dat eiser contact had met de arrestant of dat hij daadwerkelijk het artikel had verspreid.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet voldeed aan de vereisten voor toelating op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak kan binnen een week worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag.