Uitspraak
200604677/1heeft de Afdeling het door appellanten ingestelde beroep tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Flevoland van 25 april 2006 omtrent de goedkeuring van het uitwerkingsplan "Partiële herziening Uitwerkingsplan 2L2JKL 2L8 (reparatieplan)" (hierna: het reparatieplan), ongegrond verklaard. Gelet hierop hebben appellanten ter zitting hun beroepsgronden ingetrokken die betrekking hebben op de gestelde strijd van het reparatieplan met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "2L, Tussen de Vaarten" (hierna: het bestemmingsplan), en de gestelde strijd van het bouwplan met het bestemmingsplan, zoals uitgewerkt in het uitwerkingsplan "Uitwerkingsplan 2L2JKL 2L8 Tussen de Vaarten" en het reparatieplan.
200506325/1, mag het college, hoewel het niet aan een welstandsadvies is gebonden en de verantwoordelijkheid voor welstandstoetsing bij hem berust, aan het advies in beginsel doorslaggevende betekenis toekennen. Het overnemen van een welstandsadvies behoeft in de regel geen nadere toelichting, tenzij de aanvrager of een derde-belanghebbende een tegenadvies overlegt van een andere deskundig te achten persoon of instantie. Nu de welstandcommissie het door appellanten overgelegde tegenadvies gemotiveerd heeft weerlegd in haar reactie van 1 juni 2006, heeft de rechtbank met juistheid overwogen dat het college kon volstaan met een verwijzing naar deze reactie.