ECLI:NL:RVS:2007:BB6317
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- J.J. den Broeder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving beëindiging onzelfstandige woonruimte zonder vergunning in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde appellant een dwangsom op om het exploiteren van een woning als onzelfstandige woonruimte te beëindigen, omdat de woning zonder vergunning werd omgezet. Na bezwaar herhaalde het college het besluit en stelde bestuursdwang in het vooruitzicht. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant voerde aan dat de woning als zelfstandige woonruimte aan één huurder was verhuurd en dat onderverhuur door die huurder niet leidde tot onzelfstandige bewoning. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat huurder en onderhuurders geen duurzame gemeenschappelijke huishouding vormden, waardoor sprake was van onzelfstandige bewoning zonder vergunning.
De Afdeling oordeelde dat het college bevoegd was bestuursdwang toe te passen vanwege het algemeen belang bij handhaving van de Huisvestingswet en de regionale verordening. Het privaatrechtelijke recht van onderverhuur uit het Burgerlijk Wetboek staat dit niet in de weg. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat in een vergelijkbare zaak een vergunning was verleend, wat hier niet het geval was.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de handhaving door het college bevestigd.