ECLI:NL:RVS:2020:2229
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- G.M.H. Hoogvliet
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens onttrekking woning aan bewoning door verhuur aan toeristen
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan [appellant A] en [appellant B] bestuurlijke boetes op wegens het zonder vergunning onttrekken van een woning aan de bestemming tot bewoning. De woning werd via Airbnb aangeboden en deels verhuurd aan toeristen. Toezichthouders constateerden dat de woning was omgezet van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte, waarbij meerdere kamers werden verhuurd en gedeelde voorzieningen werden gebruikt.
Appellanten stelden dat sprake was van inwoning en dat de beleidsregel die het exclusieve gebruiksrecht op minimaal 50% van de woonruimte vereist, in strijd was met artikel 7:244 BW Pro. De rechtbank wees het beroep af en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dit oordeel. De Afdeling oordeelde dat het bestuursrechtelijke verbod op omzetting en de beleidsregels rechtmatig zijn en dat de feitelijke situatie geen zelfstandige woonruimte betrof.
De Afdeling benadrukte dat het privaatrechtelijke huurrecht niet aan bestuursrechtelijke handhaving in de weg staat. Ook het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel faalde, omdat de beleidsregels voldoende duidelijk zijn. De boetes werden niet gematigd omdat de overtreding duidelijk was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de bestuurlijke boetes van €20.500,- bevestigd wegens onttrekking woning aan bewoning zonder vergunning.