ECLI:NL:RVS:2007:BB7262
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling asielaanvraag Mandingo uit Liberia en risico op schending artikel 3 EVRM
Appellant, behorend tot de Mandingo bevolkingsgroep uit Liberia, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke eerder was afgewezen en onherroepelijk werd verklaard. Hij stelde dat de situatie van de Mandingo in Liberia verslechterd was en dat hij daardoor een reëel risico liep op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling oordeelt dat het behoren tot de Mandingo bevolkingsgroep op zichzelf geen voldoende grond is om bescherming te krijgen tegen ernstige mensenrechtenschendingen. Bovendien heeft appellant niet aannemelijk gemaakt dat hij persoonlijk een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
De Raad van State benadrukt dat bij herhaalde aanvragen alleen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden tot toetsing kunnen leiden. Nu appellant geen nieuwe persoonlijke feiten heeft aangevoerd, faalt zijn grief en wordt het hoger beroep ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en de uitspraak wordt bevestigd met verbeterde gronden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellant geen nieuw persoonlijk risico op schending van artikel 3 EVRM heeft aangetoond.