Uitspraak
200506325/1, mag het college, hoewel het niet aan een welstandsadvies is gebonden en de verantwoordelijkheid voor welstandstoetsing bij hem berust, aan het advies in beginsel doorslaggevende betekenis toekennen. Het overnemen van een welstandsadvies behoeft in de regel geen nadere toelichting, tenzij de aanvrager of een derde-belanghebbende een tegenadvies overlegt van een andere deskundig te achten persoon of instantie. [wederpartij] heeft een dergelijk advies niet uitgebracht. Evenmin vertoont het advies van de welstandscommissie naar inhoud en wijze van totstandkoming zodanige gebreken dat het college dit niet - of niet zonder meer - aan zijn oordeel omtrent de welstand ten grondslag heeft mogen leggen. De omstandigheid dat de welstandscommissie niet ter plaatse is wezen kijken leidt niet tot het oordeel dat aan haar advies een zodanig gebrek kleeft. Niet valt in te zien dat de welstandscommissie op basis van de haar ter beschikking staande tekeningen zich geen goed oordeel heeft kunnen vormen over de esthetische aspecten van het bouwplan. Er bestaat voorts geen grond voor het oordeel dat de welstandscommissie het bouwplan in strijd met de welstandsnota had moeten achten. De nota sluit de realisering van aan- en uitbouwen met een bijzondere vormgeving niet uit. Er bestaat derhalve geen grond voor het oordeel dat het college voormelde welstandsadviezen niet aan de besluit op bezwaar ten grondslag had mogen leggen.