Uitspraak
200501517/1dienen belanghebbenden in zo'n geval binnen twee weken nadat zij van het bestaan van het besluit op de hoogte zijn geraakt, hun bezwaren kenbaar te maken.
Raad van State
Bij besluit van 23 maart 2006 weigerde de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een vergunning voor het verplaatsen en vervangen van een hekwerk in het beschermd natuurmonument 'Duinen tussen Zandvoort en Aerdenhout'. Appellanten stelden dat geen vergunningplicht bestond omdat de handeling niet schadelijk zou zijn voor het natuurschoon en dat de verplaatsing niet als een plan of project in de zin van de Habitatrichtlijn kon worden aangemerkt.
De Raad van State oordeelde dat appellanten niet ontvankelijk waren voor zover zij geen tijdig bezwaar hadden gemaakt. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het verplaatsen van het hekwerk een schadelijke handeling is die de wezenlijke kenmerken van het natuurmonument aantast. Verweerder mocht de vergunning weigeren op grond van de Natuurbeschermingswet en de Habitatrichtlijn, omdat onvoldoende zekerheid bestond dat het natuurmonument niet zou worden aangetast.
De belangenafweging door verweerder werd als redelijk beoordeeld. Het belang van appellanten bij een nieuwe erfafscheiding werd afgewogen tegen het belang van behoud van het natuurmonument. De Afdeling vond dat verweerder terecht het belang van het natuurmonument zwaarder had gewogen, mede gezien het maatschappelijk belang en de specifieke kenmerken van het gebied.
De Raad van State zag geen aanleiding om het besluit te vernietigen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de vergunning voor het verplaatsen van het hekwerk in het natuurmonument is ongegrond verklaard.