Uitspraak
200606758/1kan de vraag naar de rechtstreekse werking van de bepalingen van de richtlijn alleen rijzen in gevallen van incorrecte implementatie of indien de volledige toepassing van de richtlijn niet daadwerkelijk is verzekerd. Niet is gebleken dat de IPPC-richtlijn, voor zover hier van belang, op incorrecte wijze is geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. Verder geeft hetgeen appellanten hebben aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat de volledige toepassing van de IPPC-richtlijn in zoverre niet daadwerkelijk is verzekerd. Een rechtstreeks beroep op de bepalingen van de IPPC-richtlijn is in dit geval dan ook niet mogelijk.
200601180/1is dit niet in strijd met het recht. Verweerder was gelet hierop niet verplicht om mogelijk in eerdere jaren voorgekomen hogere achtergrondconcentraties dan wel de mogelijkheid van een toekomstige verslechtering bij zijn toetsing te betrekken. Ten aanzien van het betoog van appellante omtrent de onzekerheidsmarge overweegt de Afdeling dat modellen uit de aard van de zaak altijd een abstractie van de werkelijkheid zijn. De validiteit van een model wordt eerst aangetast wanneer de berekeningen op basis van een model te zeer afwijken van de werkelijkheid. Appellante heeft niet voldoende aannemelijk gemaakt dat die situatie zich in dit geval voordoet.