Uitspraak
200510453/1volgt, komt het college bij de toepassing van artikel 19, derde lid, van de WRO beleidsvrijheid toe. Het college mocht voor de vaststelling van de oppervlakte aan bijgebouwen die volgens de beleidsregels zijn toegestaan, een definitie van bijgebouwen hanteren die afwijkt van hetgeen daaronder in artikel 20 van Pro het Bro en de daarop betrekking hebbende jurisprudentie wordt verstaan. Het betoog van appellant dat de omschrijving in de beleidsregels buiten toepassing moet worden gelaten, omdat die afwijkt van voornoemde omschrijving van de Afdeling treft dan ook geen doel. Aangezien het vrijstellingsverzoek op de zwembadoverkapping ziet en niet op de kapsalon, is hier niet aan de orde of de kapsalon ook een bijgebouw is in de zin van artikel 20 van Pro het Bro.