ECLI:NL:RVS:2007:BB8502
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel en beoordeling non-refoulement in Griekenland
De vreemdeling had bij de minister van Justitie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke op 4 januari 2007 werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State heeft overwogen dat de registratie van de vreemdeling als ongewenst vreemdeling in het Griekse Nationaal Register geen concreet aanknopingspunt vormt om aan te nemen dat Griekenland het non-refoulement beginsel niet naleeft. De vreemdeling had nagelaten deze stelling met concrete gegevens te onderbouwen.
Verder oordeelde de Raad dat de voorzieningenrechter ten onrechte de bewijslast omtrent de gevolgen van de registratie bij de staatssecretaris had gelegd, terwijl dit bij de vreemdeling lag. De Raad vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
De uitspraak bevestigt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat zonder concrete aanwijzingen geen onderzoek naar de naleving van internationale verplichtingen door Griekenland vereist is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.